woensdag 28 december 2011

Ik Mis

Ik mis een stem
die roept
in de kamer
achter in mijn hoofd
sta op
ga weg
begeef je
vergeef je

Maar ik mis veel meer
dan alleen een stem

Ik mis een hart
een long
een huid
een hand
een schouder
een rug
een mond
een oog,

Klop
adem,
voel,
hou vast,
leun,
steun,
praat,
zie

Mis,
je wordt gemist.

dinsdag 20 december 2011

Trottoir Liefde

De hoogste rots,
ik val te snel naar beneden
grond voor de lucht
en mijn hoofd ter aarde
adrenaline en angst
gecombineerd vormen zij
een liefde voor het trottoir
met vijfhonderd mijlen per uur
stort mijn hart zijn graf tegemoet
rood als bloed
en gebroken als een oude vaas
ik steel een kus van de wereld
en ze kust me terug.

woensdag 7 december 2011

Weerbericht


De wolken hangen laag,

draaien rondjes om mijn hoofd,

ze geven me schokken

en maken mijn oren doof,

ze verblinden mijn ogen

met water en vuur.


De wind geeft me klappen,

harder en harder,

in de rug, van opzij,

van voren en van boven,

ik strompel en struikel,

en soms lijk ik te zweven,

maar dan kus ik de grond.


De regen is genadeloos,

koud en kil,

ijskoude tranen

van een verdrietige hemel

elke druppel een mokerslag,

elke stap een verdrinkingsdood.



maandag 5 december 2011

Stille Tocht

Wat je ooit had gekend was weg
een zoektocht van duizend jaar
beƫindigd in vervreemding
en alles wat je zag is vervlogen
meegezogen in de tijd,
vervormd, vreemd en onwerkelijk.

Een nieuwe hoes
met dezelfde essentie
verborgen achter blauwe ogen
die een verhaal vertellen
dat al eeuwen oud is
en nu tot zijn einde komt.
De ontmoeting buiten de tijd
uitgesloten van dimensies
en opgeslokt in een tijdelijk bestaan.

Maar de gevolgen zijn eeuwig,
en de klap tijdloos.
De uitgestrekte vlakte
ooit vol met leven
lijkt nu een eindeloze woestijn
bedekt met een dichte mist
die nooit mee geeft.

Je ogen raken zichtloos,
je hart verandert in steen,
je lichaam verstard
en in het midden van de eeuwigheid
sta je stil.

vrijdag 2 december 2011

Inbreker

Wie ben jij,
die zo stilletjes mijn lijf is binnen gekropen?
Waar ben je gaan zitten
dat je nu niet meer te vinden bent?
Welk deel van mij heb je overgenomen
toen je eenmaal had besloten
van mijn huid jouw huis te maken?

Wat wil je me laten zien,
dat je mijn ogen zo wijd open houdt?
Welke woorden branden op je tong,
dat de mijne nooit meer stil ligt?
Welk gewicht hangt aan je hart,
dat de mijne doet verstillen?

Wie ben jij,
die zo stilletjes mijn lijf is binnen gekropen?
Je hebt alle lampen aan gelaten
en alle kranen laten lopen.
De muren zijn te klein geworden
en de deuren gaan niet meer dicht.
Nu komt het daglicht naar binnen en doen mijn ogen zeer.