De wolken hangen laag,
draaien rondjes om mijn hoofd,
ze geven me schokken
en maken mijn oren doof,
ze verblinden mijn ogen
met water en vuur.
De wind geeft me klappen,
harder en harder,
in de rug, van opzij,
van voren en van boven,
ik strompel en struikel,
en soms lijk ik te zweven,
maar dan kus ik de grond.
De regen is genadeloos,
koud en kil,
ijskoude tranen
van een verdrietige hemel
elke druppel een mokerslag,
elke stap een verdrinkingsdood.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten