Wie ben jij,
die zo stilletjes mijn lijf is binnen gekropen?
Waar ben je gaan zitten
dat je nu niet meer te vinden bent?
Welk deel van mij heb je overgenomen
toen je eenmaal had besloten
van mijn huid jouw huis te maken?
Wat wil je me laten zien,
dat je mijn ogen zo wijd open houdt?
Welke woorden branden op je tong,
dat de mijne nooit meer stil ligt?
Welk gewicht hangt aan je hart,
dat de mijne doet verstillen?
Wie ben jij,
die zo stilletjes mijn lijf is binnen gekropen?
Je hebt alle lampen aan gelaten
en alle kranen laten lopen.
De muren zijn te klein geworden
en de deuren gaan niet meer dicht.
Nu komt het daglicht naar binnen en doen mijn ogen zeer.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten